Voorbeelden
Je eigen BoilerBuddy bouwen
Met eigen hardware metingen naar het portaal sturen: apparaat aanmaken, regelkring kiezen, token instellen, en wat nu nog niet kan.
Bouw je liever zelf iets, met een Raspberry Pi, een ESP32 of andere hardware? Dan stuur je je metingen naar hetzelfde portaal als de BoilerBuddy Alpo, met dezelfde grafieken en meldingen. Hieronder lees je hoe je het opzet, en wat nog niet kan.
Wat je nodig hebt
- Hardware die HTTPS met certificaatcontrole en JSON spreekt, met een klok die via NTP gelijk loopt. Elke meting heeft een tijdstip nodig.
- Een abonnement. Een zelfgebouwd apparaat kost hetzelfde als elk ander: € 3,95 per maand inclusief btw, na de proefperiode van je account (30 dagen). Zonder abonnement blijft het insturen, maar zijn grafieken en meldingen dicht. Zie Abonnement.
Stap 1: maak het apparaat aan
- Ga in het portaal naar Apparaten en kies Nieuw apparaat.
- Geef het een naam en kies bij Type apparaat voor Eigen hardware.
- Laat Koppelcode (optioneel) leeg, tenzij je apparaat zelf kan koppelen: zie Koppelen via hello.
- Kies Apparaat toevoegen. Bovenaan de volgende pagina staat de API-sleutel van het apparaat. Je ziet hem één keer: kopieer hem nu.
Met een persoonlijk account heb je hooguit 5 apparaten.
Stap 2: kies een regelkring
De regelkring bepaalt welke sensorcodes de server kent en hoe hij ze toont. Bij elke regelkring zie je de sensoren met hun codes (zie ook Regelkring en installatiegegevens). Dit moet je weten:
- Alle regelkringen zijn schema's van de OEG KSW-regelaars. Andere merken en eigen sensoren zijn er nog niet. Kies wat past bij wat je meet; 201 is de simpelste zonneboiler: T1 collector, T2 onderzijde vat, T3 bovenzijde vat, R2 pomp.
- Codes zijn T1 tot en met T6 voor temperaturen en R1 tot en met R3 voor uitgangen zoals pompen, kleppen en verwarmingselementen. Welke er zijn, verschilt per regelkring; andere codes gaan in quarantaine.
- Stuur alle sensoren van de regelkring in. Mist er een, dan volgt de melding Sensor geeft geen meting. Die regel zet je uit bij Meldingen van het apparaat, onder Regels, maar dan voor alle sensoren.
- Stuur uitgangen zoals de KSW-regelaar ze geeft. Een pomp of andere uitgang is aan boven 0,5, en de waarde gedeeld door 10 is het toerental: 0 is uit, 10 is 100 %. Een klep: 0 is stand A, 128 is stand B.
- Kies vóór je gaat insturen. Na een wissel blijft de historie bij de oude sensoren en zie je die niet meer in je grafieken.
Lees je de regelaar zelf niet uit, negeer dan controller en address in de configuratie.
Stap 3: zet het token op je apparaat
Gebruik de sleutel uit stap 1. Een nieuwe maak je op de pagina van het apparaat, op Instellingen onder Verbinding, met Sleutel aanmaken of Nieuwe sleutel; de oude werkt dan direct niet meer.
Houd de sleutel geheim, want wie hem heeft, kan insturen als jouw apparaat. Lees hem uit een bestand of omgevingsvariabele, niet uit een openbare repository.
Stap 4: eerst testen, dan bouwen
- Haal met curl de configuratie op en controleer de sensorcodes. Zie Voorbeeld: curl.
- Stuur één meting in. Kijk of Laatst gezien verandert en de meting op het Dashboard in de grafiek staat.
- Bouw dan de rest: een buffer, opnieuw proberen en om de paar minuten een status. Zie Bufferen en de klok.
Welke hardware past
- Raspberry Pi of andere Linux-computer: met Python en een SQLite-buffer overleven je metingen een herstart en een storing van dagen. Zie Voorbeeld: Python.
- ESP32: wifi, TLS en genoeg geheugen voor kleine batches, maar een buffer in het RAM is weg na een herstart, tenzij je naar flash schrijft. Zie Voorbeeld: ESP32.
- Iets anders kan ook, maar kleine microcontrollers zonder TLS of klok zijn lastig.
Een DS18B20-sensor is goedkoop, maar meet tot 125 °C, en een collector kan bij stilstand heter worden. Daar is een PT1000 met een omzetter zoals een MAX31865 gebruikelijker.
Kom je er niet uit, of wil je een regelaar aansluiten die er nog niet is? Neem contact op.